De Lhasa Apso.

Tibetaanse monniken hebben het ras door de eeuwen heen zorgvuldig gefokt en beschermd.

De Oorsprong.

Dat de Lhasa Apso een zeer oud ras is, blijkt  wel uit het feit dat reeds 800 jaar voor christus. Melding werd gemaakt van de Tibetaanse leeuwhond.Uit dit oerras is naar alle waarschijnlijkheid de Lhasa en de Shih- Tzu ontstaan.Zeker is dat er kleine langharige honden werden meegenomen met de handelskaravanen uit het verre Oosten en later naar Europa zijn gekomen met Marco Polo.

Tibetaans Spaniel ontstaan is uit de Tibetaanse  Leeuwhond is niet zeker ,maar het is een feit dat er nog steed pups voorkomen in een overigens  langharig nest.Deze hondjes worden Prapso’s (perhap an apso)genoemd en tonen sterke gelijkenis met de Tibetaanse Spaniel.

Hoe de naam Lhasa Apso is ontstaan,is niet helemaal duidelijk.Lhasa is de hoofdstad van Tibet,maar Apso kan komen van ‘rapso’ wat zou wijzen op de kleine  langharige  Tibetaanse  Geit,of komt van ‘Abso’ wat zoveel betekend als ‘Het haar overdekt’ .

De Lhasa werd in Tibet selectief in kloosters door Boeddhistische monniken,bij hooggeplaatste personen en door de adel gefokt.Het waren dus exclusie hondjes.Het Boeddhisme Tibet dat leert respect voor ieder levend wezen te hebben maakte het onmogelijke om een hondje te kopen.Ze werden echter wel als geschenk gegeven een geste uit respect of blijk van dank.Aangezien deze hondjes werden beshouwd als geluk- en voorspoed- brengers is het dan ook een grote eer als buitenstaander  zo’n  hondje te krijgen.De eerste Lhasa’s worden in onze  Europesewereld  gebracht door westrese lieden die vanuit het verre oosten terugkwamen in hun land.

Tekst Mevrouw José Zijlmans.     

    

Karakter van de Lhasa Apso.

Sterk, levendig, altijd waakzaam,ondernemend,met een sterke persoonlijkheid.Hij is zelfverzekerd een beetje koppig, maar ook kalm, aanhankelijk, gevoelig, lief voor kinderen en een plezierig gezelschap.Hij is terughoudend tegenover vreemden en met zijn zeer scherpe gehoor en schelle blaf is het een uitstekende waakhond.Hij heeft een consequente opvoeding nodig.

Kleur.

Goud, zand, honing ,donkergrijs ,leisteen, roodkleur, meerkleurig, zwart, wit, of bruin alle kleuren zijn toe gestaan.

Lichaam

Lang en compact. Stevige hals, met mooi gewelfd profiel. Goed ontwikkelde ribben.Rechte rug. Stevige lenden. Goed ontwikkelde achterhand.

Shofthoogte.

Reu ongeveer 25 cm. Teef iets kleiner.

Gewicht.

Ongeveer een 8 kg .

Type.

Tibetaanse honden.

Hoofd.

Redelijke smalle niet geheel platte schedel. Matige stop.Rechte neusbrug. Niet vierkante snoet. Compleet gebit is gewenst. een omgekeerde schaar gebit.

Ogen

Middel groot, donker gekleurd.

Oren.

Afhagend, overvloedig bevedering.

Vacht.

Lang, weelderig, recht en hard, niet wollig of zijdeachtig. Matige ondervacht. Overvloedige haargroei op de kop, over de ogen hangend, met weelderig snor en baard.

Poten.

Kort, stevige botten. Ronde kattevoeten. Stevige zoolkussentjes.

Staart.

Hoog aangezet, op de rug gedragen. Met weelderige haargroei.